Onstaan Kanker
Achtergrond van tumorenTumor-typeBij de diagnostiek van een tumor dient het type tumor vastgesteld te worden. Kernpunt hierbij is de oorsprong vast te stellen: uit welk type weefsel is de tumor ontstaan. Dit kan door het verzamelen van cellen met een naald-biopt, of van weefsel door een chirurgisch biopt plaats vinden, waarna cel-onderzoek (=cytologisch onderzoek), of weefsel- (pathologisch) onderzoek wordt uitgevoerd. Bedacht dient te worden dat de deskundige (cytoloog of patholoog) die dergelijke biopten beoordeeld, zijn oordeel in belangrijke mate baseert op uiterlijke kenmerken van aanwezige tumorcellen. Bij sommige gezwellen is het op basis van celuiterlijk bijzonder lastig om met zekerheid vast te stellen, of het gaat om (1) een goedaardige of (2) kwaadaardige tumor, of alleen maar om (3) een reactie van het lichaam op een eerdere prikkel. Zo is cytologisch onderzoek van bindweefselwoekeringen vaak niet in staat om deze 3 diagnoses met zekerheid aan te geven. Bij prikkeling / littekenvorming van beschadigd bindweefsel, zoals na trauma van pezen, banden of gewrichten geeft cytologisch onderzoek lang niet altijd de einddiagnose, en zal weefselonderzoek moeten plaatsvinden. Dit pathologisch onderzoek, waarbij ook ingroei en destructie van oorspronkelijke weefselstructuren in beeld kunnen komen, zal dan vaak wel tot een einddiagnose kunnen leiden. Naast de oorsprong van cellen, let de cytoloog / patholoog ook op de mate waarin het celbeeld, de delings-activiteit en de weefselstructuur afwijkt van die in het normale weefsel: dit brengt een inschatting van de maligniteitsgraad: hoe sterker de afwijkingen, hoe hoger de geschatte maligniteitsgraad. Tot slot kan gedrag zichtbaar zijn, dat niet normaal is voor het betreffende weefsel. Zo horen huidcellen niet in lymfe- of bloedvaten in te groeien: doen ze dit wel, dan is dat zichtbaar bewijs van maligniteit. Het zichtbaar zijn van tumorcellen afkomstig van de bedekkende huid- of slijmvlieslaag (het epitheel) in een lymfeklier, of bijvoorbeeld in de milt, is definitief bewijs van uitzaaiend gedrag en dus van kwaadaardigheid. Bij huid- of kliercellen spreken we dan van een carcinoom. Bij bindweefseltumor van een sarcoom. Kortom, ziet de cytoloog of patholoog tekenen van een kwaadaardig gedrag, dan zal de uitspraak over wat de tumor kan aanrichten - meer of minder beïnvloed door een ingestelde behandeling - een grote zekerheid hebben. Als dergelijk gedrag in het biopt-materiaal niet zichtbaar is, zal de mate van afwijken van het normale beeld, een schatting geven van het toekomstig gedrag met de tumor, met wisselende mate van zekerheid. Verwarrend kan zijn dat sommige classificaties pas van kwaadaardigheid of maligniteit spreken, als er een grote kans is op ontwikkeling van uitzaaiingen, terwijl andere (in de tegenwoordige tijd meer gehanteerde) classificaties een tumor als maligne aanduiden, wanneer deze aanzienlijke destructie ter plekke van de primaire lokatie kan veroorzaken. De cytoloog of patholoog, hanteert bij de beoordeling van een biopt strikte criteria, waarbij de in het betreffende biopt aanwezige kenmerken worden vergeleken met die in een grote serie overeenkomstige preparaten, waarvan het gedrag (evt. uitkomst van een behandeling) bekend was. Enkele voorbeelden van type en karakter van tumoren wordt hieronder gegeven.
Zelfs binnen de hierboven gesimplificeerde weergave, kunnen uitzonderingen worden gezien. Snel onderzoek van de aard en oorsprong van tumoren, vergroot de kans aanzienlijk dat een goede behandeling een definitieve genezing geeft. In ruim de helft van alle tumoren is dat met een operatie mogelijk. Tot besluit van dit artikel zullen enkele tekenen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van kanker worden genoemd. Let wel: ook ander ziekten kunnen vergelijkbare symptomen geven: alleen onderzoek bij de dierenarts kan uitwijzen wat er aan de hand is. |

