Tumor Soorten
| Geschreven door Dr G.R. Rutteman |
Mastceltumoren (Mastocytomen)Mastceltumoren (Mastocytomen) bij de hond en kat: gedrag, diagnostiek en behandelingInleidingEr zijn weinig tumorziekten zo misleidend en met zoveel variatie als mastcel tumoren bij de hond. Mastcellen zijn afkomstig van primitieve voorlopers van bloedvormende cellen dan wel van niet uitgerijpt bindweefsel. Mastcellen zijn aanwezig in de huid, in slijmvlies van het maagdarm-kanaal en de ademwegen, in beenmerg, milt en lever. Ze spelen een rol bij de afweer, en wel bij het op gang brengen van ontstekingsreacties, zoals die na een insectenbeet. Een hinderlijke rol spelen ze bij overgevoeligheidsziekten, zoals astma. Fig 1: mastcellen met karakteristieke paarse korreling
Onstaan en voorkomenEr is wel gedacht aan een verband tussen chronische ontstekingen van de huid en het ontstaan van MCT. Bij een deel van de MCTs is een mutatie van een gen (genaamd c-kit) gevonden, waardoor dit gen hyperactief wordt en tot ontregelde groei leidt van cellen met deze afwijking. MCTs vormen de in aantal belangrijkste huidtumor bij de hond, en zijn nummer twee bij de kat. De leeftijd van optreden is zeer variabel, met een enkele maal optreden beneden 6 maanden (die soms spontaan kunnen verdwijnen), en een piek rond 9 jaar. Fig 2: mastocytoom in de huid van een boxer: de rode kleur duidt op de bijkomende ontsteking
DiagnostiekIn principe kan elke gezwel - en zeker die in de huid -, een MCT zijn. Om deze mogelijkheid te onderzoeken, is veelal celonderzoek (cytologie) van een naaldbiopt afdoende. De dierenarts neemt met een klein naaldje een hoeveelheid cellen af, die worden uitgestreken op een glaasje. Na droging, fixatie en kleuring, kan de cytoloog in meer dan 90% van MCTs komen tot de juiste diagnose. Een enkele maal - bij verlies van typische kenmerken zoals de paarsige korreling - kan het nodig zijn een weefselbiopt te nemen voor histologisch onderzoek. Samengevat Bij het lichamelijk onderzoek legt de dierenarts allereerst de klinische gegevens vast: de grootte van de tumor en de fixatie, aantal en plaats van de tumoren (samengevat onder de term T van ‘Tumor’), de eventuele betrokkenheid van de regionale lymfeklier (term: N van ‘Node’) en het bestaan van eventuele metastasen (term M). Deze TNM-classificatie is bepalend bij het bepalen van de behandelbaarheid, met chirurgie, radiotherapie, en/of medicijntoediening. In het verlengde hiervan, geeft de TNM-classificatie een voorspelling - tot op zekere hoogte - van het gedrag volgend op de behandeling, dus van de prognose. Bij dieren waarbij metastase-ontwikkeling plaats vindt, zal veelal als eerste de regionale lymfeknoop worden aangetast. Bij andere dieren is verspreiding van de tumor zichtbaar in de vorm van tumorhaarden in de directe omgeving van de primaire tumor, satellieten genoemd. Vervolgens kan verspreiding van de tumor optreden naar lymfeknopen op afstand, de milt en/of de lever (zelden de longen). In enkele gevallen kan de tumor zich uitbreiden tot het beenmerg of bloed (mastcel-leukemie). Bij de kat wordt mastcel-leukemie vaker gezien (zie verder). Fig 3: mastocytoom met satellieten (uitzaaiingen in de directe omgeving)
HistologieBij het vinden van houvast, hoe de prognose is, kan ook histologisch (weefsel-) onderzoek van de tumor helpen. Bij de kat komen twee types MCT voor. Histologisch onderzoek kan (I) een relatief benige (goedaardige) ‘histiocytaire’ vorm aantonen, gelokaliseerd in de huid van met name jongere katten, welke zelfs spontaan kunnen verdwijnen. Siamese katten lijken vaker dit - op zich minder vaak voorkomend - type MCT te krijgen. De meerderheid van de cellen van een dergelijke MCT lijken op histiocyten, die de korrels (granula) in de cel missen. Een tweede vorm is (II) de ‘mastocytaire’, met cellen vergelijkbaar met die in MCT van de hond. Deze - meer frequente - vorm ziet men bij oudere katten, met de piek rond 10 jaar. Ze treden op in (A) de huid of (B) viscera (inwendige organen: milt, lever, maag-darm kanaal) De histologische classificatie van de ‘mastocytaire’ vorm van het feline MCT is gebaseerd op groeipatroon en cellulaire differentiatie en heeft prognostische waarde. Onderscheidt wordt gemaakt tussen een compact subtype met goed gedifferentieerde mastcellen in omschreven diktes (de meest voorkomende huidvorm) en een diffuus type van meer anaplastische (=afwijkende) cellen, die vaak diffuus infiltreren in de omgeving. Dit diffuse ‘ mastocytaire’ subtype MCT komt minder vaak voor in de huid (=cutis), maar heeft wel een toegenomen risico op verspreiding naar lymfklieren en ingewanden. Regelmatig komen deze MCTs voor in de milt, lever en/of maagdarm kanaal (met soms metastasen naar de huid: opletten dus). Deze viscerale vorm betrekt ook regelmatig het beenmerg erbij, met als resultaat mastcel leukemie in rond 40% van de gevallen. Onbehandelde katten kunnen er snel door komen te overlijden. Opmerkelijk genoeg leidt verwijdering van de milt en het toedienen van prednisolon bij veel dieren nog tot een lange tijd van leven (zonder klachten). Factoren die de prognose beïnvloedenHistologische gradering Klinische stagering van MCT in de huid bij de hond: voorgestelde wijziging
Locatie van de tumorDe locatie van de tumor heeft mogelijk ook invloed op de prognose. Als eerste, omdat de plaats de mogelijkheid van radicale chirurgie (= volledige verwijdering) kan beïnvloeden. Deze mogelijkheid zal groter zijn bij een MCT op de romp, dan één op de poot. Ten tweede, er zijn enkele locaties waar een primair MCT kan voorkomen, die met een groter dan gemiddelde agressiviteit verbonden zijn. Aanwijzingen zijn er dat dit het geval is bij een MCT op de snuit (neus, lippen) en misschien ook op het preputium (voorhuid). De locatie op het scrotum, de lies, of het perineum (gebied onder de staart) werd vroeger ook beschouwd als relatief ongunstig, maar recente publicaties konden dit niet bevestigen. De viscerale vorm van de ziekte brengt een relatief slechte prognose met zich mee, alhoewel dit bij katten minder sterk het geval lijkt te zijn, mits adequaat behandeld (zie eerder). Andere prognostische factorenNaast de histologische gradering van maligniteit, kan de patholoog in het weefsel kijken naar andere factoren die verband houden met de mate van agressief gedrag. Bij histologisch onderzoek kan ook een kleuring worden uitgevoerd op elementen in de kern van mastcellen die zilver binden. Deze kernstructuren worden om deze reden “argyrophylic nucleolar organizer regions” (AgNORs) genoemd, en het aantal per kern is gekoppeld met de groeisnelheid. Ook andere zogenaamde ‘proliferatie-markers’ hebben mogelijk invloed op het gedrag en de prognose. De aanwezigheid van een mutatie in het gen ‘c-Kit’ in MCTs ontregelt de groei van cellen, en is via deze koppeling ook gerelateerd aan een agressiever gedrag. Daarnaast echter biedt een mutatie van het gen de mogelijkheid om het dier met een zogenaamde c-Kit remmer te behandelen (zie later). Bij de kat wordt de prognose in hoge mate bepaald door het histologisch subtype en groeiwijze (zoals eerder genoemd) , door de klinische stage (beide factoren met onderlinge invloed op elkaar) en minder door het aantal haarden. Ook hier geldt evenwel dat het bestaan van satellieten een ongunstig teken is, evenals de aanwezigheid van tientallen haarden verspreid over het lichaam, zoals een enkele maal gezien. TherapieRadicale chirurgie houdt in dat de primaire huidtumor (eventueel samen met een aangetaste regionale lymfeklier) in zijn geheel is verwijderd. Hoe groter de marges om de primaire tumor - met zo nodig ook verwijdering van aangrenzende spieren indien de tumor daar dicht op zit of aan gefixeerd is -, des te groter is de kans dat de tumor echt radicaal is verwijderd. Meestal (maar niet altijd) zal dat het geval zijn bij een marge van 3 cm, in ongeveer 3/4 van alle MCTs is dit al het geval bij een marge van 2 cm. Wanneer er echter niet met ruime marge geopereerd kan worden verdient het toch aanbeveling the tumor te proberen te verwijderen. Zoals reeds eerder aangegeven komt slechts bij een deel van de dieren waarbij de tumor niet geheel is weggehaald de tumor terug. Radiotherapie kan worden overwogen indien de kans op een lokaal recidief hoog wordt geschat: dit betreft met name tumoren met groei tot in het sneevlak na de operatie Als eerder genoemd, is de kans op een lokaal recidief dan ongeveer 30%. Chemotherapie (CT) kan worden overwogen bij betrokkenheid van regionale lymfeklieren. Evenzo, kan de optie van CT worden overwogen bij graad 3 tumoren, en bij MCTs in locaties die als ongunstig worden gezien en in aanwezigheid van andere voor de prognose ongunstige factoren (zie eerder). Toch is er verbazend weinig goede informatie aanwezig met betrekking tot de kans op een goede reactie (“response rate”) van MCTs op CT. Gedeïoniseerd water. Het gebruik van injecties met gedeïoniseerd water, hetzij in de tumor zelf, of in de operatiewond ten tijde van de operatie van een MCT, lijkt niet effectief, na aanvankelijk gunstige berichten. Zelfs een nadelige invloed wordt niet voor onmogelijk gehouden. Innovatieve therapieën. In ongeveer 30% van de MCTs komt een mutatie van het gen c-kit voor, met als gevolg ontregelde groei (zie eerder). Een nieuw medicijn (Masivet®) zou mogelijk de activiteit van dit gen en daarmee de groei van MCTs met een dergelijke mutatie kunnen remmen. In tumoren zonder deze c-kit mutatie kon dit effect niet worden aangetoond, en het gebruik van dit nieuwe middel dient dan ook strikt worden voorbehouden aan honden met MCTs met deze mutatie (binnenkort te bepalen op de Faculteit Diergeneeskunde). De werkelijke waarde van dit nieuwe middel zal nog moeten blijken uit toekomstig onderzoek. Symptomatische therapie Men moet zich altijd realiseren bij de behandeling van mastocytomen, hoe groot de variatie in het biologisch gedrag kan zijn, en dat een vaststelling van alle elementen die kunnen helpen bij het vaststellen van de prognose, meegewogen dienen te worden bij het opstellen van een behandelplan. |




